Intro
De nacht van 18 op 19 december 1660, deze maand 365 jaar geleden, was voor schepen op de rede, bij zeegaten en in de vaarwaters rond Texel en het Vlie een moment waarop een winterstorm kon omslaan in schade, stranding en juridische afwikkeling. De bronnen over zulke episodes zijn vaak niet verhalend, maar administratief: contracten (bevrachtingen) en attestaties die achteraf oorzaak en verlies vastleggen, met het oog op claims, verzekeringen, berging en strandrecht.
Hieronder wordt één casus uitgewerkt: het schip Brandaris (schipper Claes Cornelisz Brandaris). Eerst volgt een doorlopende reconstructie, daarna de akten in bijlagevorm: telkens de 17e-eeuwse transcriptie naast een laag-hertaalde tekst.
Het verhaal van de Brandaris
1) Handel en vaarten: teer, pek en Oostzeehandel
Vanaf 1652 komt de Brandaris diverse keren voor in de archieven met vooral bevrachtingscontracten naar de Oostzee en staat het in Amsterdam te boek als een groot zeeschip van ca. 180 lasten. Op 15 juni 1660 sluiten de kooplieden Louijs Trip en (namens zijn broer/compagnon) Hendrick Trip een bevrachting met schipper Claas Cornelisz Brandaris. De reis is strak omschreven: het schip moet zeewaardig en compleet worden opgeleverd, vertrekt met ballast naar Åbo (Abbo) in Finland, ligt daar tot een maand om teer en/of pek in te nemen, en vaart daarna door naar Rotterdam om te lossen. De betaling is per last, met vaste rekenregels (13 ton teer of 12 ton pek = 1 last), en met expliciete verboden op eigen “bijvracht” van teer/pek.
2) Een Rotterdamse nasleep: wachten op loodsen, binnenlopen via Texel
Een verklaring van 30 mei 1661 (notaris Jacobus Delphius) laat zien dat de route naar Rotterdam niet alleen door weer, maar ook door loodsvoorziening kon worden bepaald. Daarin verklaart Dirck Danielss van der Hey (koopman in teer en pek) dat Brandaris in 1660 met een aan hem geadresseerde lading van 166 lasten teer en 14 lasten pek uit Åbo vertrok voor Rotterdam, maar in september voor de Maas dagen moest wachten op loodslieden en uiteindelijk via Texel binnenging. Het gevolg: extra vervoer Amsterdam → Rotterdam op kosten van de koopman.
3) Storm, stranding en bewijs per lading (december 1660–1661)
Rond de stormnacht van 18–19 december 1660 verschijnt de Brandaris in meerdere attestaties: het schip raakt van ankers, wordt tegen de Friese kust gezet en ligt langdurig “vol water”, waarna ladingen bederven of verdwijnen. Vervolgens wordt in 1661 per afzonderlijke partij bewijs verzameld: Spaans zout, tabak, hop en een baal met boeken en papier bestemd voor Anna Contrantia Forsterowa, weduwe van Georgius Forster te Danzig. Tegelijk loopt een conflict over strandvond/strandrecht: grietman Camminga meent rechten te hebben op schip en lading, waarop Amsterdamse belanghebbenden borg- en tegenborgconstructies vastleggen en zich onderwerpen aan het Hof van Friesland.
Akten (origineel naast hertaling)
Linkerkolom = jouw 17e-eeuwse transcriptie (woordelijk). Rechterkolom = hertaling (laag, inhoudsgetrouw). De lange inventaris is bewust weggelaten. Het Groenland/walvisvaart-contract is opgenomen als extra contextstuk. De Rotterdamse verklaring is (nog) een regest; zodra de volledige tekst beschikbaar is, kan die links worden vervangen.
2 april 1659 — Contract Groenland / walvisvaart (notaris Jan Volkaertsz Oli, Amsterdam)
den tweeden Aprillis, Compareerden voor mij Jan Volkaertsz Oli, Openbaer Notaris tot Amsterdamme residerende, bij den Hove van Holland geadmitteerd, ter presentie vande ondergess. Getuijgen Pr. Dirck van Hinsbergh Coopman in dese Stad, als bevrachter ter eenre, ende Claes Cornelisz Brandaris van Vlieland, Schipper op de Schepe genaemt de Brandanis groot omtrent honderd en Tachtich lasten, ter andere sijden Verclarende seker Contract van bevrachtinge metden anderen gemaect te hebben, als volghd, Te Wetene, dat den Schipper gehouden sal wesen sijn voorsz Schip gereed te Leveren, dickt, wel gecalefaet, en voorsien van bllackert, Seijlen, Touwen, Vier Takels, ende andere Scheeps toebehoort, gelijck tot de naeverclaerde Reijse gebruijckelijck is, Als wanneer den bevrachter 'tselve Schip vorder tot sijnen Costen sal moeten voorsien met Volck, Victualie, en andere behoesten oock die tot synen Laste onderhouden ende gagieren, mitsgaders daerin mogen laden sodanige Goederen, ende sulx als hij sal goetvinden, daermede tvorsz. schip alsdan in dienste van deselven bevrachter, van desen lande sal waren — nae Groenland op de Geevisscherije vande Walvisschen, Omme aldaer in See te Leggen, drijven, werden en keeren, Vissschen, Seijlen ende verseijlen, als anders alles daer en soo als den Compmandeur ood Commis vanden bevrachter sal goetduncken, daer nae den voorn. Schipper Clares Cornelisz Brandaris (: die mede sal mogen varen, off ijmand in sijn plaets, om van wegen sijne Reders op het Schip en desselffs gereetschappen toesicht te hebben; mitts gedurende de reijse de vrije Cost ene dranck vanden Bevrachter inde Cajuijte ende oock sijn Slaapplaets, indeselve te genieten :) hem sal moeten reguleren; Ende eijndlijck vande voorsz. avisscherije te comen en keeren tott deser stede Amsterdame ende alhier gearriveerd sijnde, Sal den Berrachter het Schip in ordonnanie Coopmans Lesdager naet arrivement, moeten doen ontladen ende neffens dien, schuldic sijn, aenden vos Schipper off sijne Reders, voor het Schips alsdan verdiende vrachte te betalen, bij den Hoop, de Somme van drijentwintich honderd dascoetie voorts van de alle ordonnaere aarrijes en dier gelijcke napeladenen voor ge schipper tot bevrachters comen, maeravarije grosse nae Costume vander See gedragen werden, Is noch geconditioneert Bij 20 # aldien des Bevrachters Commandeur, opd Commis, off desselvss Volck gedurende de Reijse, eenich van het Scheeps touwerck, oft ander Scheepsgoed, tot hun Visscherije, off ander hun werck gebruijcken, dat hij bevrachter voor't gebruijck en verargeringe vandien, nae gedane Reijse, aenden Schipper, boven ende neffens sijn Vracht sal moeten betalen, tot discretie van onpartydige mannen, rendies verstaende, wedersidts te kiesen, waermede partijen beloven te vreden te sullen wesen, Verbindend elx anderen voort geene voorsz. staet, keur respective personen end Goederen, presenten toecomende, geene uijtgesonderd, Ende special. den Bevrachter de Inteschepen Ladinge, ende den Schr. sijn Schip, Vracht, ene gereetschappen vandien, die Submitterende ten bedwancken Executie van allen Rechten ene Rechteren Sonder frand Gedaen binnen der voorss. tede amsterdamme, ten huijse mijns Nots. ter presentie van Johannes Olieu Jacob Hooghsaet getuijgen hier toe versocht. Dirck vlinsbergh Claes Cornelisz braendar Inkemissel JVotk olig
Dirck van Hinsbergh bevracht de Brandaris voor walvisvaart naar Groenland. De schipper levert het schip gereed, dicht en goed gekalfaat, met zeilen, touwen, takels en scheepstoebehoren. Daarna moet de bevrachter op eigen kosten volk en victualie leveren en onderhouden/betalen, en goederen laden zoals hij wil.
Het schip vaart “in dienst” van de bevrachter naar Groenland om te doen wat commandeur/commissaris nodig acht. De schipper Brandaris (of een plaatsvervanger) mag mee om namens de reders toezicht te houden op schip en gereedschap, met vrije kost/drank in de kajuit en een slaapplaats.
Na terugkeer in Amsterdam moet de bevrachter lossen binnen gebruikelijke termijn en vaste vracht betalen (“bij den hoop”) van 2300 (d)ascoetie. Als tijdens de reis scheepstouw of scheepsgoed wordt gebruikt voor de visserij, betaalt de bevrachter na afloop extra vergoeding voor gebruik/slijtage, te bepalen door onpartijdige deskundigen.
15 juni 1660 — Bevrachting Trip ↔ Brandaris (notaris Jacob van Zwieten, Amsterdam)
Toon/verberg
Inden name des Heeren Amen inden Jare vander geboorte desselffs ons heeren ende zalichmaeckers Jesu Christi duijsent ses hondert en t' sestich op ten xven Junij Compareerden voor mij Jacob van Zwieten Nots. etce in presentie vande nabesz. getuijgen D'Heer Louijs Trip voor hem als voor d'heer Hendrick Trip sijn broeder ende compagnon Coopluijden binnen deser stede als bevrachter ter eenre ende Claas Cornelisz Brandaris schipper ende Mr. naest Godt van sijnen schepe genaemt de Brandaris groot ontrent hondert t'achtich lasten ter andere zyde, ende verclaerden de voorn. comptn metten anderen geaccordeert ende verdragen te sijn in manieren navolgenden Eerstelijck soo blijft den voorn. schipper gehouden ende belooft bij desen sijn voorsz. schip metten aldereersten te leveren dicht, wel gecallefaet versien van anckers, zeijlen, touwen, taeckels, victualie ende andere nootsaecklicheden nodich tot het doen vande nagenoemde reijse ende alsoo versien sijnde sal den voorsz. schipper daermede mette eerste goede wint ende weder uijt dese landen ballast scheeps zeijlen ende recht door loopen naer abbo in finlandt alwaer hij den bevrachter ofte Comies te wille sal moeten leggen den tijt van een maent omme ondertusschen intenemen teer ende pick ofte een van beijde totte volle ende bequame ladinge toe ende alsoo beladen sijnde sal den voorsz schipper daermede mette eerste goede wint ende weder van abbo voorsz comen ende kleren naer Rotterdam ende aldaer gearriveert zijnde ende sijn inhebbende teer ende pick wel geconditioneert getrouwelijck gelost ende gelevert hebbende aende voorn. bevrachter ofte comies sal den selven bevrachter alsdan ende eerder niet 80. J2 gehouden zijn gelijck hij bij desen belooft aenden voorn. schipper voor sijn verdiende dracht voorde heen ende wederom reijse te voldoen ende betalen voor ijder last teer ende pick die hij uijtleveren. sal de somme van vijftien guldens ende sullen dartien tonnen teer ende twaelff tonnen Pick ijder voor een last gereeckent werden, voorts avarije, ende Pijlotagie nae costuijme vander Zee, is mede geconditioneert dat den schipper noch sijne bootsgesellen geen voeragie sullen mogen innemen van teer off Pick op de verseurte van sodanich teer ofte pick dat hij mochte comen intenemen anders dan voorden Becrachter, ende dat ten proffije vande armen bijden bevrachter aentewijsen ende dit onvermindert de keure deser stede gemaect op bootsmans voeringe in dato dertich — Januarij 1649 dewelcke blijft in sijn geheel alleen staet den Bevrachter toe dat de schiper vrijelijck voeringe sal mogen hebben van sodanige waeren als hem sal gelieven uijtgenomen van pick ofte teer, ende sal dienvolgende geen pick off teer in sijn schip mogen innemen anders dan voorden Bevrachter onder wat pretext ofte naem het oock soude mogen wesen, verbindende alles oprecht gedaen t'amsterdam ter presentie van Willem Banningh ende Floris van Winde als getuijgen hier toe versocht.
Op 15 juni 1660 verschijnen voor notaris Jacob van Zwieten te Amsterdam: Louijs Trip (ook namens zijn broer/compagnon Hendrick Trip), kooplieden, als bevrachter, en Claas Cornelisz Brandaris, schipper en “meester naast God” van zijn schip Brandaris (ongeveer 180 lasten).
De schipper moet het schip zo spoedig mogelijk dicht en goed gekalfaat opleveren, met ankers, zeilen, touwen, takels, victualie/proviand en verdere benodigdheden. Daarna vertrekt hij bij eerste goed weer met ballast en vaart rechtstreeks naar Åbo (Abbo) in Finland, waar hij ten behoeve van bevrachter/commies tot één maand moet liggen om teer en/of pek te laden tot volle en geschikte lading.
Vervolgens vaart hij bij eerste gelegenheid van Åbo naar Rotterdam en levert de lading teer/pek “wel geconditioneerd” en getrouw af. Dan (en niet eerder) betaalt de bevrachter vracht: 15 gulden per last. Rekeneenheid: 13 tonnen teer of 12 tonnen pek geldt elk als 1 last. Averij en loodsgeld volgens zeegebruik.
Verbod: schipper en bootsgezellen mogen geen teer/pek als eigen vracht innemen, “ten profijte van de armen” (door de bevrachter aan te wijzen), met behoud van de Amsterdamse keur van 30 januari 1649. Andere goederen als eigen vracht mogen wel, maar geen teer of pek onder welke naam ook.
30 mei 1661 — De terugreis en de verklaring over binnenlopen via Texel en loodsvertraging bij de Maas (notaris Jacobus Delphius) in september 1660
Toon/verberg
143 attestatie of verklaring 30-Mei-1661 Inhoud: Dirck Danielss van der Hey, coopman van pick en teer, legt een verklaring af op verzoek van de burgemeesteren en regeerders van Rotterdam. In 1660 is schipper Claes Brandaris met een aan hem geadresseerde lading van 166 lasten teer en 14 lasten peck vertrokken uit Abbo in Sweden met bestemming Rotterdam. In september aangekomen voor de Maes heeft hij daar met goed weer, twee dagen lang liggen zwermen, drijven en zeilen omdat hij op de lootsluijden moest wachten. Uiteindelijk heeft de schipper zijn koers verlegd en is via Texel binnengelopen. Daardoor is Dirck Danielss genoodzaakt geweest, de lading van Amsterdam naar Rotterdam te vervoeren, hetgeen hoge kosten met zich meebracht. Verder verklaarde laatstgenoemde, dat schipper Heere Salens met in zijn schip genaamd de Coninx David een aan hem geadresseerde lading teer, afkomstig van Wyburch in Sweden, in oktober 1660 voor de Maes kwam te liggen, waar hij drie dagen lang heeft moeten wachten, voordat er een lootsman bij hem aan boord kwam. Notaris: Jacobus Delphius
Op 30 mei 1661 verklaart Dirck Danielss van der Hey, koopman in pek en teer, op verzoek van de burgemeesteren en regeerders van Rotterdam, dat schipper Claes Brandaris in 1660 met een aan hem (Dirck) geadresseerde lading van 166 lasten teer en 14 lasten pek uit Åbo is vertrokken met bestemming Rotterdam.
In september kwam het schip “voor de Maas” aan, maar lag daar bij goed weer twee dagen te “zwermen, drijven en zeilen” omdat men op loodslieden moest wachten. De schipper verlegde uiteindelijk koers en liep via Texel binnen. Daardoor moest Dirck Danielss de lading alsnog van Amsterdam naar Rotterdam (laten) vervoeren, tegen hoge extra kosten.
Ter ondersteuning voegt hij een vergelijkingsgeval toe: schipper Heere Salens kwam in oktober 1660 met het schip Coninx David voor de Maas met een aan Dirck geadresseerde teerlading uit Wyburch (Zweden) en moest daar drie dagen wachten voordat een loodsman aan boord kwam.
29 december 1660 — Borg/tegenborg en strandvond-claim (Amsterdam)
Toon/verberg
Op huyden den 29en. Decemb. 1660 Compareerde Wr. Jan Dnvll, Marcus Kroon, Hans de Wolff, Jan Tiebes ende Cornelis Pieter Joosten, alle interessenten e gecommitteeerden, vande reden mede Interessenten vanden schipe gen.t. den Brandaris, daer schipper op is Claes Cornelis Brandaris, ende verclaren sy Comparanten, geken ende gelesen te hebben de Contra Bargtachte byden heere Burger: Jan Kuijff ende Cornelis Doebess de baer gepresteert voor pieter Corneliss Vonck ende Pieter Jacobsz Scheltama onder behoorlycke renunciatie die hunl. als Burgen hadden geconstitueert voorden voor Schipper Claes Cornelissz Brandaris napende de pretensie, ofte Recht van Stranckinge die den Grietman Camminga vermeent te hebben op het schip van Claes Corneliss Brandaris, mette Coopmanschappen en ingeladene goederen vandien, Ende beloven sy Comparanten de selve Borgen ende Contra sorgen vandeselve hunne Borgtochte ende Contra Borgtochte inde selve acte den 16 deser, tot harlingen ten overnaem vanden Nots. T Theodari geteeckent Cost ende Schadeloos te guaranderen, ende Indemneren, en 't geene daerinne is belooft selfs te voldoen, tam de Jure quam de facto voor haerlieden te intervenieren, nde in Rechte te treden, sobmitterende sy Compten. inde voorn qualiteyt tot dien fine den hoove van Vrieslandt, harlingen, e allen anderen gerechte ter eerster jnstantie justitiabel, Actum Ams terdam present Jeremias Price ende Joannes paerslaken als getuijgen Maruues Broon tan tjebben en Corneelis pieter Joosten van mes 50 1685
Op 29 december 1660 verschijnen te Amsterdam Jan Dnvll, Marcus Kroon, Hans de Wolff, Jan Tiebes en Cornelis Pieter Joosten als belanghebbenden/gecommitteerden namens mede-belanghebbenden van de Brandaris (schipper Claes Cornelisz Brandaris). Zij erkennen de tegenborgtocht rond de claim van grietman Camminga op strandvond/strandrecht (schip en lading), beloven borgen en tegenborgen schadeloos te houden en zelf “tam de jure quam de facto” in rechte op te treden, met onderwerping aan het Hof van Friesland (Harlingen) en andere bevoegde gerechten.
21 januari 1661 — Boeken en papier voor Danzig (notaris Julius vande Ven, Amsterdam)
Toon/verberg
Op huijden den 21 Januarij 1661. Compareerde voor mij Juclus vande Venz Notaris ende de naegenoemde getuijgen Joannes van Oorsten, oudt 23 jaren woonende ten huijse vanden Heer Joanns Blau, ende Cornelis vander Polder out 20 Jaren wonende bij sgillis valckenier boeck vercoper apt mater, Ende verclaren ten versoecke van Sr. Paulus Matthijss banckdrucker inde Stooff steegh binnen deser stede, hoe waer is, dat sylieden als gisteren gesien hebben, int packhuys genaemt 't wapen vander Schellingh uyt droogback, eenige gedruckte kladeren van denckers swols Boeckje, eenige Riemen Cas papier ende noch eenige Boecken, 't samen gepackt geweest in een Bael, gemerckt als in margine, ende geladen int schip genaemt de Brandaris, daer schipper op was Claes Cornelisz Brandaris, geconsigneert aen Anna Contrantia forsterowa wede. wylen der Hr. Georgius forstris tot Dantzig doorden Reqt. gescheept, ende ter saecke 't schip inde jongsten swaren storm int Texel gaende gewoorden, ende opde Mieste Cust gestrant, de voors Bael neffans meer andere goederen gebergt, ende int voorss packhuys opgeslagen, welcke voors Baele, apen ende los synde sy attestanten bevanden hebben dat de voorss. Boecken ende papieren 't eenemael bedorven waren, door vuijle nattigheijt, van gesmolten RusteCruijt als anderstonts, soo dat deselve Boecken ende papieren 't eenemael onbequaem waren, om eenich mindeel aente wenden ten proctite vande bovengenoemde hy genaeresse, oock noch solder nogh penning waerdigh; ende norgens anders toe beqnaem als opde willems hoop te werpen, Eyndigen daermaeele hunne verclaringe, ende presenteren versocht synde sulcx naemder te stercken, ende consenteerden Acte, dat aldus pasteerde binnen Amsterdam, ter presentie van Juramias Parice ende Joannes Riethoven als getuygen Prees Johannes van Dorsten # Cornelis Vonder kolder Joannes van Kiethoven 112
Op verzoek van Paulus Matthijss (bankdrukker) verklaren twee getuigen dat zij in het pakhuis ’t Wapen van de Schellingh een geborgen baal zagen uit de Brandaris met: gedrukte katernen van Denckers Swols Boeckje, riemen kaspapier en andere boeken.
De baal was geadresseerd aan Anna Con(st)trantia Forsterowa, weduwe van Georgius Forster te Danzig. Na de zware storm en stranding is hij geborgen en opgeslagen. Bij opening bleek alles door vuil vocht (genoemd: gesmolten “RusteCruijt” e.a.) volkomen bedorven, waardeloos (“noch solder noch penning waardig”) en nergens toe geschikt dan om weg te werpen.
Merkteken van het pakket boeken
25 februari 1661 — Spaans zout (notaris Jan Volkaertsz Oli, Amsterdam)
Toon/verberg
Op Huijden den vijffentwintichsten februarij, anno xvjC. Een entsestich. Compareerden voor mij Jar Volkaert Voli: Openbaer Nots. tot Amsterdamme residerende, bij den Hove van Holland geadmitteerd ter presentie vande ondergess. Getuijgen, Schipper Claes Cornelisz Brandaris vander Schellingh, oud omtrent Vier en veertich Jaren, voerende 't Schip genaemt de Brandaris, ende Cornelis Pieter Joosten — Makelaer alhier, oud omtrent Vijftich Jaren, beijde mij Nots. bekend, Ende hebben bij ware woorden in plaetse van Eede, ende onder presentatie, sulx des nood ende versocht sijnde, naerder te stercken ende G: Glimmer 114 bevestigen, Ter Instantie en versoecke van wegen Johannes Corper, Eenpaerlijck Verclaerd, getuijghd, ene geattesteerd, hoe waer is, Dat inde aend Novembris lestleden des voorleden Jaers — xvic. ende t Sestich alhier voorde Stad, van wegenden voorn. Requirant in't vsz Schip gescheept is — geworden, Een partije Spaens Sout, volgens het paspoort daer van sijnde. Ende dat het selve Schip leggende op de Abliestroom, doorde groote ende Vehemente Storm, tusschen den Achtienden en Negentienden Decembris lestleden, gaende, ende bij harlingen inde Grond geraect is, Ende — dat alsdoen de voorsz partije Sout, daer door geheel verpekeld en verloren is, uijtgeseijd omtrent een halff quartier Hout, dat uijt het voorn. Schip gelost off geberght, ende tot Harlingen voorsz. gebraght, ende aldaer soo sij verstaen, vercocht is geworden, Sonder fraude, Gedaen binnen der voorss. Stede amsterdamme, ten huijse mijns Nots. ter presentie van Johannes Oli ende Johannes Lijnslager getuijgen hier toe versocht. Claes Cornelisz bandar Cornets Puttere Jolsz In kennisse van ni J Volk: oliss Gt
Op verzoek van Johannes Corper attesteren schipper Brandaris en makelaar Joosten dat in november 1660 een partij Spaans zout (met paspoort) in de Brandaris is geladen. Door de hevige storm tussen 18 en 19 december raakte het schip bij Harlingen in de grond. Het zout ging geheel verloren (“verpekeld”), behalve een klein deel dat geborgen is, naar Harlingen gebracht, en daar (zoals zij vernamen) verkocht, zonder fraude.
Tabak voor Jan van Vrelandt — bestemming Königsberg; 13 etmalen vol water (Amsterdam)
Toon/verberg
Compareerde vande nabesz. getuijgen Claes Cornelisz brandaris out omtrent 44 jaren Schipper vant Schip genaemt Brandaris, Ende heeft ten versoeck van Sr. Jan van Vrelandt coopman alhier getuijcht verclaert ende geattesteert waer Ende waerachtich te zijn dat hij getuijge opden 13 decemb. voorleden alhier voorde Stadt vanden requirant in sijn voorsz Schip ingenomen gehadt heeft, een parthije rollen toubacq ende dat hij omdselve dantsieft van te boeren ende brengen tot Conicxbergen, ende dat hij getuijge met sijn voorss. schip voort daer dataen op tseijl gegaen sijnde toff hetzelve sijn Schip tusschen den achtienden ende negenthienden december bij het schip winen daer mede dien vreselijcken Storm uijtgestaen heeft in welcken storm sin voorss. Storm van alle ancans gespilt tzijnde, het selve da tegens de vriessche Strant aengedaeckt aengesmeten wiert is alwaer het zelve derthien etmalen lanck valwaters gesneten ende middelerwyle de meehte goederen geworden de dat weder uijtgelost zijn legge din alhier ende dat onder andere des reqts. toubacq alle mede gelast wesende die alhier voorsoo weder alhye veel als uijtgeseijt het geene door de bergens dat uijt van gestalen ende voorts gespilt is) opgesonden is, ende ten lesten dat hi getuijge wel wet dat den voorss. toubacq, de zelve tabacq was die te vooren in het Schip van Schipper Claes Gerritsz vander Schellingh geladen gerant bij blijven vant Schip dat uijt geburgen was Tgunt voorsz. staet presenteerden hy getuijge des - Noot ende daer toe versocht zijnde t'allen tijde nader t afffirmeeren, Alles oprecht gedaen t Amst. ter presentie van Earardus dblocq ende Steengelve als get. Schepper Claes Cornelisz brandewes Everardus d Blocq Steven Holve p huijden den 2
Schipper Claes Cornelisz Brandaris verklaart op verzoek van koopman Jan van Vrelandt dat hij op 13 december in Amsterdam een partij rollen tabak voor de requirant aan boord nam, bestemd voor Königsberg. In de storm tussen 18 en 19 december raakte het schip van alle ankers en werd tegen de Friese kust geslagen, waar het dertien etmalen vol water lag; veel goederen bedierven.
De tabak is daarna (voor zover niet door bergers gestolen of verder verloren) weer “opgezonden” (teruggezonden/afgevoerd). De schipper voegt toe dat hij weet dat dit dezelfde tabak was die eerder in het schip van Claes Gerritsz van der Schellingh geladen was (overgebleven uit een eerder geborgen schip). Getuigen: Everardus d’Blocq en Steven Holve/Gelre.
Februari 1661 — Tabak voor Jan Reijser van Broeck (notaris Pieter van Buijtene, Amsterdam)
Toon/verberg
Op huijden den xxiijen februarii Anno 1661 Compareerde voor mij Pieter van Buijtene Nots. etc in presentie vande nabesz. getuijgen Claes Cornelissen Brandaans out ontrent xliiii Jaren Schipper vant Schip genaemt d' Brandaris Ende heeft ten versoecke van Jan Reijser van Broeck gnetuijcht verclaert ende geattesteert waer ende waerachtich te sijn, dat hij getuijge op den 18 Novembr. voorleden alhier voorde Stadt vanden requirant in sijn voorsz. Schip ingenoomen gehadt heeft TTwee een parthije van vier en seventich rollen Toubacq om d'selve te voeren ende brengen tot dantsock, ende dat hij getuijge met sijn voorsz. Schip voort daer op t seijlgegaen sijnde tusschen den 18 ende 19 december daeraen bij het vlie daer mede dien reselijcken Storm uijtgestaen heeft in welcken Storm sijn voorsz. Schip van alle Anckers gespilt sijnden, het selve tegens de Vriessche Strant aengesneten wiert, alwaer het selve darthien et malen lanck volwaters geseten, ende middelerwijle de— meeste goederen daer weder uijtgelost sijn geworden ende dat onder andere des requirants voorsz. Touback mede gelost wesende die alle uijtgeseijt het geene doorde Bergers daervan gestoolen ende voorts gespilt is) weder alhier opgesonden is Tgunt voorsz staet presenteerde hij getuijge des noot ende daer toe versocht sijnde tallen tijde nader taffirmeeren alles oprecht gedaen t Amsterdam ter presentie van Everardus d'Blocq ende Steven Gelrte als get. tc Claes Cornelis brandares Steven Gelre Everardus de Blocx 92
Schipper Brandaris verklaart dat hij op 18 november twee partijen van 74 rollen tabak voor Jan Reijser van Broeck innam om naar Danzig te brengen. Bij het Vlie doorstaat hij de storm van 18–19 december, raakt van ankers, slaat tegen de Friese kust en ligt dertien etmalen vol water. De tabak wordt (behalve wat door bergers is gestolen of verder verloren) weer naar Amsterdam opgezonden. Getuigen: Everardus d’Blocq en Steven Gelre.
1 april 1661 — Hop volledig verloren (notaris Pieter van Buijtene, Amsterdam)
Toon/verberg
Op huijden den eersten April ao. 1661 compareerden voor mij Pieter Van Bruijtene Notaris publicq bijden Hove van Hollant geadmitteert t' amsterdam residerende in— presentie vande nabesz. get. Pieter Lourensz van Hollant out omtrent 27 Jaren, ende Jochem Brant van Dantsick out omtrent 24 Jaren beijde bootsgesellen, Ende hebben ten versoecke van Schipper Sijbe Joris, getuijcht verclaert; ende geattesteert waer ende waerachtich te sijn dat sij getuijgen in den voorleden Winter in qualite voorss. Hen verbonden hebbende omme te varen net het Schip genaemt d' Brandaris daer schipper op is Claes Cornelisz Brandaris vander Schelling ende leggende daer mede op de Vliestroom zeijl vaerdich om te gaen na de Sont het inde maent van decemb. daer mede uijtgestaen hebben dien Harden ende vreesselijcken Sterm, inde welcke het voorss. Schip aende vriessche Strant inde Gront gesneten weren, ende dat sij getuijgen wel ende seecker weeten dat de twee sacken Hoppe die den requirant int voorsz. schip gescheept hadde ende d'welcke int ruijm gestuijwt waren als doen is geworden t'eenemael wech geraeckt sijn zonder datte ijets— van geburgen off gesalaert wiert off conde werden, Tgunt voorss. staet presenteerden sij getuijgen des noot ende daer toe versocht zijnde tallen tyd nader t'affirmeeren, Alles Oprecht gedaen t' Amsterdam ter presentie van Elvardus d'Blocq ende Steven gelre als get. Pieter Lourensz Wier n
Twee bootsgezellen verklaren dat zij met de Brandaris op de Vliestroom lagen, zeilklaar (richting Sont), de storm doorstonden en dat de twee zakken hop van de requirant, in het ruim gestuwd, toen geheel verloren zijn gegaan; er is niets geborgen of gered.
2 september 1661 — Natte goederen; commissie voor berging/afwikkeling (notaris Justo vande Ven, Amsterdam)
Toon/verberg
Op huijden den 2 Septemb. 1661. Compare voor mij Justo vande Ven Notaris etc. ende de naegenaeme getuijgen Jan Tiebbes ende Cornelis Pietersz Joosten woonende hier ter Stede mij Nots. wel bekent ende verclaerden ten versoecke van Sr. Cornelis Clopper coopman alhier hoe waer is dat inden voort den Jaere 1680. het schip genaemt een Brandaus daer schipper op is Claes Cornelissen Brandanis opden Negenthienden Decemb. Jongstel leggende in het Vlie gereet om met sijne ladinge na dantsick te vaeren inde ongehoorden swaren stam van sijn anckers gereckt ende aenden wesen dijck vast geraeckt de goederen ende coopmanschappen inde gront nat geworden # ende dat den Rqs. wyn en beschadight doch 't meerder gedeelte natgem ook zaker van in halv: stucken gesolveert ende gebercht sijn # Gevende sij „n outene en tet attestanten redenen van hunne wetenschappe n ane 26 prieants and wede. forca dat sijlieden vande reders ende intressenten vant breckt gedprsent heeft t vs gean selve schip sijn gecommitteert ende geauthoriseert acot tin, de geberchde goederen te vervolgen achterhaele ontfangen ende verder doen tgene ten lasten vant geemeen soude bevinden te behooren tgene sij oock hebben gedaen Ever alsoo tgen voorss. staet de waerheijt is presenterend sij Attestanten versocht wesende tselve naerder te stercken ende consenteeren Acte dat aldus passeerde binnen Amsterdam ter presentie van Anthonij Vande Ven ende Johannis Riethouer - Cornelis Pitter Jonsz als getuijgen, Anth: vand Ver W Ven Joannes van Piethoven
Jan Tiebbes en Cornelis Pietersz Joosten verklaren op verzoek van Cornelis Clopper dat het schip (Brandaris) gereed voor Danzig in het Vlie in een zware storm van ankers raakte en tegen de dijk vastliep; goederen werden nat; wijn raakte beschadigd; zakken scheurden en werden (deels) geborgen. Zij verklaren dit mede omdat zij door reders en interessenten waren gecommitteerd en geautoriseerd om geborgen goederen te vervolgen/achterhalen/ontvangen en verdere afwikkeling te doen.